Mens over boord (mob): uitleg en tips

Zeeziekte uitleg en tipsHopelijk maak je het nooit mee: man over boord (m/v/x)! Zowel als slachtoffer, als bemanning is dit een gebeurtenis die je niemand toewenst. De spanning, de risico's. Maar ben je er klaar voor?

Bij de meeste vaarlessen leer je wel een methode om met je schip terug te komen bij de mens over boord. Met een volledige bemanning en iemand die je tips geeft. Op je eigen schip is de praktijk vaak anders. Misschien zijn jullie met z'n tweeën, is het donker, of is degene die overboord ging juist de enige die weet hoe alles werkt. Ook maakt het uit of je op een zeilschip of een motorboot vaart: de manoeuvre, de risico's en de manier om iemand aan boord te krijgen verschillen. Op deze pagina lees je wat er voor beide geldt en waar ze uit elkaar lopen.

Er zijn 4 onderdelen om je te helpen om te gaan met een eventuele mens-over-boord situatie.

  • Voorkomen: wat heb je aan boord om dat te voorkomen (lifeline, reling) en welke afspraken en gewoontes heb je?
  • Terugkomen: welke handelingen en manoeuvre(s) ken je, oefen je, gebruik je?
  • Aan boord krijgen: is deze bij bewustzijn of niet, heb je hijsmiddelen?
  • Verzorgen: is er iemand aan boord met EHBO-kennis of weet je hoe je aan die informatie komt? 

Hieronder gaan we deze onderdelen verder uitwerken.

Hoe voorkom je een mob?

Reddingsvest met hijslus om uit het water getild te kunnen worden. Hoe kom je er bij?Het hoofddoel is natuurlijk dat er niemand over boord gaat. Dat begint met je schip, maar vooral met je afspraken.

Je schip.
Houd het dek vrij van losse spullen en zorg voor antislip. Bedenk dat een zeil dat op het dek ligt spiegelglad is.
De zeereling moet minstens zo'n 60 centimeter hoog zijn en aan één kant makkelijk los te krijgen, zodat je iemand later kunt binnenhalen. Vertrouw er niet blind op. Wie zijn evenwicht verliest en tegen de reling valt, gaat er vaak overheen, dus blijf liever midscheeps.
Zorg ook voor genoeg ogen in de kuip om je aan vast te zetten, en voor een platte band over het dek (of onder de giek) zodat je ook buiten de kuip aangelijnd kunt blijven. Lijn je lifeline zo dicht mogelijk bij het midden van de boot aan. Als je over de reling gaat en wordt meegesleept, loopt dat meestal niet goed af.
En welke hulpmiddelen heb je aan boord om een drenkeling terug te vinden? Denk hierbij aan een reddingsboei, joon of life-sling.

Je kleding en uitrusting.
Kleding die je boven water warm houdt, vertraagt het proces van onderkoeling ook in het water.

Verdrinken kan binnen enkele minuten gebeuren, dus wie al in het water ligt, is te laat met het aantrekken van een vest.
Volgens de KNRM vergroot een goed werkend reddingsvest de kans dat je koud water overleeft ruwweg met een factor 4. Toch draagt maar zo'n 30 procent van de watersporters het consequent.
Kies daarom een vest dat je ook echt aantrekt, want een vest dat in de weg zit blijft in de kast hangen. Een automatisch vest is comfortabel, maar vraagt onderhoud: laat het regelmatig keuren en vervang de gaspatroon en tablet op tijd. Voorzie het van een kruisband, fluit en een (flits)licht, zodat je jezelf kunt laten horen en zien. En mijn tip: een MOB Lifesaver (of variant) in je vest. Want als de boot weer bij de drenkeling is: hoe krijg je een lijn aan de bewusteloze drenkeling vanaf dek?

Investeer in een noodbaken. Een PLB werkt via satelliet en is wereldwijd bruikbaar. Een AIS-baken bereikt schepen en verkeerposten binnen enkele mijlen. Zeil je solo, dan is een PLB de enige betrouwbare keuze, want de kans dat je een zeilboot zwemmend inhaalt is zeer klein.

Je afspraken. Dit is waar de meeste winst zit. Spreek vooraf af wanneer iedereen een reddingsvest draagt en wanneer je je vastklikt. Bijvoorbeeld:

  • bij meer dan een bepaalde windkracht of golfhoogte
  • in het donker
  • bij het werken op het voordek
  • als je alleen op het dek bent

Het gevolg van die keuze zie je pas als het misgaat. Wie ‘s nachts alleen naar het voordek loopt zonder dat iemand het weet, kan overboord slaan zonder dat een ander het merkt. Een simpele afspraak als “meld je even af” voorkomt dat je pas na een kwartier ontdekt dat iemand ontbreekt. Als je naar binnen gaat, koppel je je af. Zodra je weer naar buiten gaat, klik je je meteen weer aan.

Op een zeilschip gaat het vaak mis tijdens een klus die je al honderd keer deed, zoals reven. Dan loop je zonder vest naar voren omdat het "even" is, terwijl de wind aantrekt en iedereen na een lange dag moe is. Reef daarom op tijd, trek eerst je vest aan en zorg voor een reefsysteem waarmee je met één hand een stuk grootzeil weghaalt.

Op een motorboot of sloep is het dodemanskoord je beste vriend. Bij open motorboten en sloepen slaat de motor af als jij van je plek valt. Dat is bij snelle motorboten zelfs verplicht. Verder gelden dezelfde basisregels: antislipschoenen, voorzichtig bij nat weer, nooit tussen wal en schip springen, geen alcohol en kinderen altijd in een vest.

Hoe kom je bij een mob?

een mens over boord is snel uit het zicht: hoe vind je de drenkeling terug?Er zijn veel methoden om terug te komen bij een man-over-boord (m/v/x). Elke vaarschool heeft weer een eigen variant en ook in de Leidraad voor Kajuitjachtzeilers staan er maar liefst 8. Alsof je daaruit kunt kiezen als de situatie zich werkelijk voor doet.

Welke methode past, hangt af van een paar dingen die je op dat moment niet kiest maar krijgt:

  • Met hoeveel mensen zit je nog aan boord? Met een volle bemanning kun je taken verdelen. Met z’n tweeën is de ander mogelijk de enige die het schip kan sturen, de motor kan starten en hulp kan roepen.
  • Welke koers vaar je? Zit je ruime wind, dan stuur je meestal op een andere manier terug dan wanneer je aan de wind vaart.
  • Welke zeilen staan er? Een grote gennaker of spinnaker maakt snel stoppen lastig en kost kostbare tijd.

Je wilt in ieder geval veilig en snel de drenkeling oppikken. Dus je probeert zo dicht mogelijk bij de drenkeling te blijven en organiseert de zaken aan boord, voordat je een poging doet de mob op te pikken. Niemand heeft er wat aan als er ineens 2 drenkelingen zijn.

Wat je in de eerste seconden doet, is voor iedereen gelijk:

  • roep luid "man over boord", en blijf dat herhalen tot iedereen het weet
  • wijs één persoon aan die niets anders doet dan wijzen en de drenkeling blijven volgen, tot hij aan boord is of de hulpdiensten het zicht overnemen. Door golven, zon of regen verlies je iemand sneller uit het oog dan je denkt
  • gooi meteen een reddingsboei of ander drijvend object, het liefst met een markeervlag of joon
  • druk op de mob-knop van je navigatie en noteer de tijd. Bedenk dat die positie een momentopname is: stroming en wind verplaatsen de drenkeling
  • roep naar de drenkeling dat je hem gezien hebt. Roep bij voorkeur "drijf!", niet "zwem!". Wie gaat zwemmen, verplaatst zich en kan buiten je manoeuvre vallen

Laat iemand continue wijzen naar de drenkelingMet een volle bemanning verdeel je die taken (roeper, wijzer, mob-knop, boeiwerper, roerganger). Met z'n tweeën doet de overgebleven persoon alles. Ga dus niet uit van een ideale bemanning. Dat betekent keuzes maken.

Op een zeilschip hangt de beste methode af van je koers, je zeilen, de wind en de golven. Drie veelgebruikte aanpakken:

  • Quick stop: je loeft direct op naar hoog aan de wind en ga bijliggen. Zo blijf je dicht zo mogelijk bij de drenkeling. Als de snelheid uit de boot is, kan je nog afvallen, het voorzeil inrollen en terug naar de drenkeling met behulp van de motor. Het is de snelste en eenvoudigste methode, ook met een kleine bemanning. Het nadeel is dat het tuig bij veel wind flink belast wordt. Op een ruime koers met 15 knopen schijnbare wind kun je door op te loeven ineens 25 knopen over het dek krijgen.
  • Flevomethode: je rolt de fok in en loeft op naar hoog aan de wind. Je zet het grootzeil strak in het midden en start ondertussen de motor. Je vaart naar bovenwinds van de drenkeling en legt het schip dwars op de wind stil. Door je zeil wordt je naar de drenkeling toe geblazen. Houd de boot op haar plek met de motor totdat je contact kunt maken. Het is de veiligste en eenvoudigste methode, ook met een kleine bemanning. 
  • Het achtje (2 × 7 tellen): val af naar ruime wind en tel tot zeven, loef dan op naar aan de wind en tel weer tot zeven. Dan lig je ongeveer dwars van de drenkeling en kun je overstag. Het kost meer tijd maar geeft je meer ruimte om bij te sturen, ook bij zwaardere omstandigheden. Let bij het afvallen op het risico van gijpen.
  • Onder spinnaker of uitgeboomde voorzeilen: je ligt niet zomaar stil. Noteer na boei, "drijf!" en mob-knop de kompaskoers en logstand. Strijk de zeilen, start de motor en vaar op de tegengestelde koers terug. Lukt dat niet, vaar dan aan de wind en neem anderhalf keer de gevaren tijd voordat je overstag gaat.

Start op een kajuitjacht bij voorkeur snel de motor, maar controleer eerst of er lijnen in het water hangen die in de schroef kunnen komen. Vaar tot net bovenwinds van de drenkeling, zodat de boot langzaam naar hem toe drijft. Haal de drenkeling aan de lijzijde binnen. En de stroming? Die neemt boot en drenkeling samen mee, dus concentreer je op de wind.

Op een motorboot of sloep heb je geen zeilen of giek om je zorgen over te maken, dus de manoeuvre is in principe eenvoudiger. Houd dezelfde volgorde aan en sla de zeilstappen over. Draai direct bij en laat de wind je naar de drenkeling toe brengen door er dwars bovenwinds van te gaan liggen. Zet de motor in neutraal of uit, zodat de schroef niet langer een gevaar is. Zorg dat er geen lijnen of de lijn van de reddingsboei in de schroef komen. Als je de drenkeling eenmaal te pakken hebt, zet je de motor helemaal uit. Dat voorkomt verwondingen en uitlaatgassen, en je kunt rustig verder helpen.

Alarmeer op tijd. Een mob valt onder de Mayday-procedure, ook als je denkt dat je de drenkeling zelf wel oppikt. Gebruik kanaal 16 (of DSC kanaal 70) en roep Den Helder Rescue. Geef je positie, het tijdstip van de mob, het type schip, het aantal opvarenden en de toestand van de drenkeling door. Heb je geen marifoon, bel dan 112, of gebruik de KNRM Helpt-app. Met die app is je positie meteen bekend. Alarmeer direct als de drenkeling uit het zicht is, als hij bewusteloos is, of als je twijfelt of je het zelf aankunt. Beter een melding die je later intrekt dan een hulpvraag na een half uur zoeken.

Hoe krijg je een mob aan boord?

mens over boord ophijsen met een de val van grootzeil of spinnakerTerugkomen is nog maar het halve werk. Iemand uit het water krijgen is vaak het zwaarste deel, zeker met kleding en laarzen aan, een vest en koude spieren. Overschat ook niet wat de drenkeling zelf nog kan, want na een paar minuten in koud water verliest hij snel kracht. Ga uit van weinig medewerking, en lijn jezelf aan terwijl je helpt, zodat een in paniek geraakte drenkeling je niet meetrekt.

Is de drenkeling bij bewustzijn, dan kun je hem met een touw of boothaak naar de zwemtrap begeleiden. Hou het simpel en rustig, en vertel wat je doet.

Is de drenkeling bewusteloos of uitgeput, dan werk je met hijsmiddelen. Volgens een veelgehoorde regel moet je iemand horizontaal uit het water halen. Voor iemand die lang in koud water lag en onderkoeld is, is dat inderdaad belangrijk, omdat rechtop omhoog trekken zijn bloedsomloop kan ontregelen. Maar als de drenkeling nog niet onderkoeld is en je met weinig bemanning bent, gaat snel aan boord krijgen voor. Horizontaal hijsen vraagt voldoende mensen en oefening. Zonder die twee kun je beter hulp inroepen: reddingsboten zijn daar speciaal voor ingericht.

Op een zeilschip zijn er meer hijsopties:

  • mob ophijsen met talie of takel via de giekDe zwemtrap lijkt de eerste keuze, maar op een zeilschip met golfslag beweegt de spiegel meters op en neer en zijn de treden vaak kort. Reken er niet op als enige optie.
  • Grootschoot of grootzeilval: zet de giek buitenboord, klik de haak van een extra talie of de grootschoot aan het vest van de drenkeling en takel hem op. Zet de giek daarna met een extra lijn vast, zodat hij niet doorschiet. 
  • Spinnakerval of een ander val aan het vest, en dan via een lier omhoog. Zorg dat het val goed in de selftailing zit.
  • Elektrische ankerlier met een val ernaartoe: snel, maar zorg dat de drenkeling niet tegen de verstaging of reling slaat.
  • Een stormfok als een soort zak (hals- en schoothoek aan de voetrail, top aan een val) om iemand horizontaal op te tillen.
  • Een zeil dat je laat zakken, waarop de drenkeling kan glijden, waarna je het zeil weer hijst.

Kap indien nodig de reling weg: het leven van de drenkeling gaat voor het schip. Een reddingsvlot is een laatste redmiddel voor ruwe zee en open water.

Op een motorboot of sloep is er meestal een zwemplatform of zwemtrap dichtbij het water, wat het makkelijker maakt. Dat werkt alleen als de motor uit staat en de boot rustig ligt. Heeft je boot een hoog vrijboord, dan is een hijsmiddel (val, lijn met lus, takel) ook hier nodig. Op kleine boten en sloepen helt het schip snel over als je iemand aan één kant binnenhaalt, dus verdeel het gewicht goed.

Bedenk dit vóór je vertrekt. Wie het hijsmiddel pas ontdekt als het nodig is, merkt vaak dat het val te kort is of de trap het water niet haalt.

Hoe verzorg je een mob?

Wie uit het water komt, heeft zorg nodig, ook als het goed lijkt te gaan. Koud water haalt snel de kracht uit je spieren en onderkoeling kan ook doorzetten nadat je al aan boord bent. Dat geldt ook in het voorjaar en de zomer.

Controleer eerst: is hij bij bewustzijn, ademt hij, bloedt hij ergens? Is het gezicht van de drenkeling onder water of is hij bewusteloos, dan is hij aan het verdrinken. Handel direct door zijn hoofd boven water te krijgen. Ademt hij niet en is er geen hartslag, begin dan met reanimeren. Vraag via de marifoon of 112 om hulp.

Voor de rest van de zorg:

  • haal natte kleding uit en wikkel hem in droge kleding, dekens of een nooddeken. Warm hem geleidelijk op;
  • geef een warme drank, maar niet te heet, bijvoorbeeld thee met suiker;
  • laat hem rusten, blijf bij hem en laat hem niet zelf rondlopen;
  • bel hulp, ook als het goed lijkt te gaan.

En wat je beter niet doet:

  • geen alcohol;
  • geen wrijven over armen en benen, want dat kan koud bloed naar het hart brengen;
  • niet meteen laten eten;
  • niet laten inslapen. Je wilt hem in de gaten houden, omdat shock, een hoofdwond of een bloeding anders onopgemerkt blijft.

Heeft iemand aan boord een EHBO-cursus gevolgd? Zo niet, dan is dat een goede stap, net als een marifooncursus. Beide helpen als het water op een dag niet meewerkt.

Wat als jij zelf overboord gaat?

Het kan ook jou overkomen. Dan helpt dit:

  • Blijf kalm. Paniek werkt tegen je. Bij een plotselinge koude schok heb je misschien het gevoel dat je geen adem krijgt. Dat zakt binnen korte tijd, en je vest houdt je hoofd intussen boven water.
  • Zet je licht aan, blaas op de fluit en activeer je noodbaken als dat niet automatisch gebeurt.
  • Zwaai naar de boot. Zo zien ze dat het goed met je gaat, en ben je beter zichtbaar.
  • Neem de HELP-houding aan (benen opgetrokken, armen tegen je borst) om warmteverlies tegen te gaan, als je een vest draagt. Houd je vast aan wat is toegeworpen en kom zo hoog mogelijk boven het water.
  • Als ze "zwem!" roepen, bedoelen ze eigenlijk: blijf drijven. Het belangrijkste is dat je jezelf drijvende houdt.
  • De boot moet ruimte nemen om bij je te komen. Het kan zijn dat hij even van je af vaart.

Oefenen, oefenen, oefenen

Lezen dat iemand snel wegdrijft is iets anders dan het zien gebeuren. Oefen daarom op een rustige dag, met de hele bemanning, en laat iedereen een keer aan het roer staan.

  • Maak een dummy: een fender met een puts eraan, verbonden met touw. Het ding drijft ongeveer als een drenkeling en is makkelijk met een pikhaak op te pikken.
  • Oefen niet alleen de manoeuvre, maar ook het hijsen. Probeer je hijsmethode met een zware zak of een bemanningslid in zwemkleding en kijk hoe lang het duurt.
  • Kijk aan welke kant het beste werkt, ook met het oog op de werking van de schroef.
  • Test of je methode ook bij meer wind en golven werkt. Een oefening bij mooi weer laat de beste kant van je plan zien.

Oefenen met JasperJ

Neem dan een les op je eigen schip, of een training op Loesoe. We oefenen de manoeuvre, praten door je afspraken aan boord, proberen jullie hijsmiddelen uit en kijken wat je nog kunt verbeteren, zodat iedereen weet wat hij moet doen als het écht nodig is. Eerder gaf JasperJ mob-workshops voor een jachtclub in Almere, waarbij parcoursen werden gevaren en een reddingspop aan boord werd gehesen.

Zorg dat je kunt genieten van het water!